>

Woest en Dwars

Een nieuwe blik op recreëren in Groot-Amsterdam

Amsterdam | Tuinen van West
2019

Link voor publicatie als pdf

Op een strook land aan de rand van Amsterdam-West verrijst tussen biologische kwekerijen een fors recreatie- en inspiratiedomein. ‘En daar komt de barrel-sauna, in een manshoog houten vat. Aan het eind van een steiger, dus in het midden boven het water.’ Renée Appelo, ontwerper en conceptbewaker van The Unbound, loopt over een modderig pad naar de oevers van een meertje. Het vergt, op een bouwterrein midden in de winter, enige fantasie het eerder geschetste wellness area op en aan het water voor je te zien. In de zomer van 2020 is op een braakliggend stuk polderland, dat vooral bedoeld was als een groene deken over een omvangrijk buizenstelsel tussen het Westelijk Havengebied en Schiphol, vrijetijdsdomein The Unbound verrezen. 

Met de naam willen de initiatiefnemers een nieuwe beweging aanduiden, ‘van stedelijk georiënteerde mensen die rust en ruimte net buiten de stad opzoeken om zichzelf op te laden en elkaar te inspireren.’ Her en der houten huisjes, een restaurant, bar en ontvangstruimte, speelweiden en velden voor rustzoekers, .n die sauna – alles omlijst door bomen en ander groen, alles zo duurzaam en circulair mogelijk gebouwd. Een walhalla voor dagjesmensen, voor toeristen op zoek naar contact met de natuur en andere mensen, voor stadsbewoners die het snerpen van de tram even willen verruilen voor het geluid van vogels en kabbelend water.

Appelo (1978) studeerde Bouwkunde in Delft en doceerde er een tijdje over haar interessegebied, hergebruik van bestaande panden, voordat ze ontdekte dat ze meer effect zou sorteren door er met een eigen bureau aan bij te dragen. Zo kwam ze in contact met Ton van Oosten, een duurzame vastgoedontwikkelaar. Oosten, jaargang 1968, econoom, stapte toen hij 33 was in het onroerend goed, participeerde in de meest exotische bouwprojecten en richt zich sinds 2002 met zijn bedrijf Steengoed op de herontwikkeling van bestaande gebouwen tot multifunctionele ruimtes – appartementen, studio’s of lofts, doorgaans gecombineerd met een zakelijke functie. The Unbound noemt hij hun project dat hem ‘misschien wel het meest plezier geeft’.

‘We willen vooral ontwikkelen op zogeheten inbreidingslocaties, groene locaties in bestaand stedelijk gebied waar woningen, kantoren, winkels of bedrijven worden gebouwd. Daar willen we inspirerende dingen doen, die in elk geval op maaiveld mensen en omgevingen verbinden.’ De oorsprong voor The Unbound ligt in een samenwerking met een ideëel karakter, legt Van Oosten uit. In 2012 legde hij contact met de familie Gorter, eigenaren van landgoed Welna bij Epe op de Veluwe met 620 hectare bos, vooral zogeheten  douglas sparren. Deze van oorsprong Noord-Amerikaanse naaldbomen worden in Europa vooral vanwege de houtopbrengst geplant, in Nederland geldt de douglas spar sinds begin deze eeuw als inheems. De opbrengst van het landgoed was net te klein om te kunnen concurreren met de echt grote landgoederen in Oost-Europa en Scandinavië. en daarom zocht de familie een kleinschalig alternatief. Van Oosten suggereerde de bouw van houten lodges, waarvoor hij meteen een plaats wist: bij boeren op het erf. Dat zou een nieuw soort toerisme kunnen aanwakkeren, natuur bewust, kleinschalig. Met architect – en aandeelhouder – Jan van Erven Dorens ontwierp hij een op palen ‘zwevende’ lodge, zodat de natuur eronder en eromheen zo min mogelijk zou worden aangetast. Gorter, Van Oosten en twee andere mee-ontwikkelende aandeelhouders startten het bedrijf, maar verder dan een pilot – ..n lodge bij ..n boer in Tongeren – kwam het niet. ‘De boer bleek dat toerisme er niet bij te kunnen doen en veel gasten zochten uiteindelijk ook wel comfort binnen die natuurlijke setting. “Fijn, zo’n houtkacheltje, maar kan de boer hem ook even aandoen?”’

Toen de houtopbrengst van het landgoed ook nog eens ontoereikend bleek voor een meer grootschalige productie van lodges, liep het project spaak. De familie Gorter werd uitgekocht, Van Oosten ging met twee partners verder op zoek naar het duurzaamste Europese hout om lodges mee te bouwen. Hij wilde een natuurproduct, sterk, onderhoudsarm, vooral ook op de langere termijn – liever volwassen hout dat vijftig jaar niet geschilderd hoeft te worden dan lichter hout dat telkens opnieuw moet worden behandeld. Die houten huisjes zouden niet langer verspreid moeten zijn over het land maar bij elkaar staan, zodat met één beheerder kon worden volstaan.

Hij benaderde Staatsbosbeheer en andere natuurorganisaties met de vraag: ‘Waar kunnen we een kleinschalig natuur-parkje ontwikkelen?’ Via-via belandde hij in De Tuinen van West, een 570 hectare groot groengebied grofweg gelegen tussen Osdorp, Geuzenveld en de Ringvaart. Er bevinden zich volkstuinparken, oude boerenbedrijven en (nieuwe) groentekwekers – van de nieuwe Stadsgroenteboer tot de van televisie bekende groentekweker Wim Bijma. Hier vind je ook de Fruittuin van West en veel kleine, interessante natuurgebiedjes zoals Park de Kuyl en het Fluisterbos. In samenwerking met Recreatieschap Spaarnwoude en Stadsdeel Nieuw-West zet ondernemersvereniging Tuinen van West zich in voor de verbetering van de ecologische waarde van het gebied. Kavel 01 was door de gemeente al bestemd voor kleinschalige verblijfsrecreatie en daar verrees in 2017 Freelodge Village: zeven douglas houten lodges, feitelijk losse hotelkamers in de natuur, maar dan zo duurzaam mogelijk. Van Oosten: ‘Houtbouw uit duurzaam gecertificeerde bossen is de meest eco-vriendelijke bouw. We bouwden zoveel mogelijk circulair, zochten gebruikte meubelen voor het interieur, de kookplaten zijn elektrisch, de energie komt van zonnepanelen. We proberen energie-neutraal te zijn en dat lukt goed.’ Het idee bleek meteen een succes. De lodges worden vrijwel permanent verhuurd – via Booking.com, Airbnb en in toenemende mate via mond-tot-mondreclame – aan buitenlandse toeristen, visiting professors en ook wel aan stadsbewoners op zoek naar een beetje ademruimte. Ze worden ‘gehost’ door Liesbeth, die soms ter plekke is, maar vaker via een speciale boekings- annex chat-app wordt benaderd met verzoeken als een taxi naar de stad, een kano om in de buurt wat te peddelen, een tafel in een biologisch-dynamisch restaurant, nieuw beddengoed. ‘Van Freelodge Village leren we elke dag weer iets over de wensen van de gasten,’ zegt Van Oosten. ‘Wat voor pannen hebben ze nodig om goed te kunnen koken? Moeten de stoelen op het terras versteld kunnen worden?’ Wat bijvoorbeeld bleek: gasten boeken gemiddeld 3,4 dagen een lodge, met gemiddeld 2,9 personen. ‘Het gaat vaker dan we dachten om

vriendengroepen, gezinnen, gezelschappen, die ook langer dan een weekendje blijven.’ Allemaal inzichten voor een nieuw project, ambitieuzer, maar op dezelfde duurzame leest geschoeid. De Freelodge bv – waarin Van Oosten de ontwikkelingen in De Tuinen van West onderbracht – begon in 2016 aan de ontwikkeling van The Unbound, iets verderop in de Tuinen van West. Doel: het combineren van het kleinschalige, natuurlijke toerisme van Freelodge Village met de mogelijkheid om ter plekke dingen te doen en te ervaren, om te eten en drinken – maar wie zegt dat dat lijkt op een vakantiepark, moet zijn mond gaan spoelen. Het is, leggen de mensen achter het project uit, simpelweg niet met iets te vergelijken – dat maakt het juist spannend. Er waren nog twee andere kavels vrij in de Tuinen van West, van in totaal 4,2 hectare. ‘Kavel 9a en 9b liggen pal naast een fruitboomgaard, een landgoed-winkel annex restaurant en tegenover de omvangrijke stadstuinen die hier de laatste jaren zijn verschenen,’ vertelt Van Oosten. ‘Er rustte een hotelvergunning op, die nog dateerde van voor de tijd van het gemeentelijke hotelverbod. Omwonenden en gebruikers van de Tuinen van West waren beducht voor de komst van een flink hotel met een ‘goothoogte’ van tien meter, zeg: drie royale verdiepingen – het had gemogen. Van Oosten vond bij het gemeentelijk projectteam van Astrid Vermeulen ‘een geweldig luisterend oor’ voor zijn aanbod om het kavel zo geïntegreerd mogelijk met de omgeving en de natuur te ontwikkelen: ‘Dit gebied is immers in de jaren dertig van de vorige eeuw door stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren bedacht als een van de groene longen van Amsterdam, een westelijke pendant van het Amsterdamse Bos – zo kan dit gebied dan ook het best worden ingevuld.’ Het stadsdeel was niet alleen enthousiast, maar zorgde ervoor dat alle vergunningen snel werden geregeld. Hier zat toekomst in. Van Oosten werd eigenaar, opnieuw in erfpacht. 

Appelo ontwierp samen met landschapsarchitecten en andere experts een terrein dat hier en daar is opgehoogd met de aarde die bij het graven van het meer vrijkwam. Op dat licht glooiende terrein staan her en der houten lodges met bemoste daken, in totaal 37, in zes verschillende typen. Een van de typen, het Wikkelhouse, heeft een in hout verpakte kartonnen constructie, een idee van de Amsterdamse ontwerper René Snel, in samenwerking met Oep Schilling van de Fiction Factory. ‘Dat is het enige huis dat in serie wordt geproduceerd, in een loods in Amsterdam-Noord. Bij de bouw van de overige types – met namen als The Lighthouse, The Independent, The Barn en The Unwind – was het learning by doing,’ zegt Van Oosten, die eraan toevoegt dat vooral bedrijven uit de energietransitie-industrie met innovatieve oplossingen kwamen. ‘De traditionele bouwsector is precies dat: traditioneel. Bij Steengoed hebben we inmiddels veel ervaring met duurzame, toekomstbestendige bouw.’ 

Rond de vijver vind je een overdekte vuurplaats, een paviljoen dat dienst kan doen als diner-, yoga- en gemeenschapsruimte, alsmede een bescheiden wellness-paviljoen met de barrel-sauna op een platform in de recreatievijver – in zijn geheel te reserveren voor gasten. Een brug over het water verbindt dat minidorpje met drie wat grotere houten gebouwen bij de ingang: een ontvangstruimte, een bar en een restaurant. Op de kaart: biologisch eten, zoveel mogelijk uit de eigen moestuin elders op de kavel. Net als de lodges zweven ook deze gebouwen boven het grasland, ze zijn dusdanig ingedeeld dat gedeeltes ook als werkruimtes kunnen worden gebruikt. Erachter staan nog een paar lodges en verder is het terrein vooral groen. Uiteindelijk worden er maar liefst driehonderd deels volwassen bomen geplant als natuurlijke schaduwbrengers en er komen los-vastborders tussen de verschillende delen van het perceel – behalve de moestuin zijn dat ook een natuur-speelweide voor kinderen, een yoga- en stiltegebied, een grasveld voor picknicks of een bescheiden evenement. En dan is er naast de ‘vuurplaats’ – feitelijk een ontmoetingsruimte tussen de lodges –

nog een half in opgehoogde grond verzonken open amfitheater. “Hier kan worden getrouwd” glimlacht Appelo, ‘en samen met mijn

aanstaande zal ik bewijzen dat dat iets heel bijzonders kan worden.’

 

The Unbound – dat zich zelf aanduidt als ‘eigenwijs, ongeregisseerd & vrij, understated met luxe, smart ontzorgend, blote voeten’ – moet zowel mensen uit de stad trekken die, op een halfuurtje fietsen, hun kinderen een middag kunnen loslaten in de open velden

terwijl ze zelf een wijntje pakken op een van de terrassen, als toeristen die de stad willen bezoeken vanuit een rustige tijdelijke thuisbasis. En, stelt Appelo, waarom niet ook vriendengroepen uit de stad die twee lodges bij elkaar huren en een weekendje weg gaan op struikel afstand van hun eigen huizen? De bedoeling is dat al die verschillende gasten elkaar tegen kunnen komen, met elkaar

in gesprek kunnen raken. ‘De bedoeling is vergelijkbaar met die van de andere bedrijven waarvan ik mede-initiatiefnemer ben,’ vult Van Oosten aan, ‘hotel-restaurant Morgan & Mees in Centrum-West. Morgan, hadden we bedacht, is de Australische stadsbezoeker die met de typisch Amsterdamse Mees in gesprek raakt bij een biertje. Het kleine contact – dat is belangrijk. Dat vergt wat wij noemen een ‘boutique-invulling van het randstedelijke toerisme’ – daarom is Airbnb ook helemaal niet zo slecht als sommige stadsbestuurders denken. Het soort toeristen dat daardoor in aanraking komt met Amsterdam is vele malen interessanter dan de hotelgast, het is veel inclusiever, jonger, avontuurlijker, creatiever.’ De gasten worden niet alleen bediend via een ‘zoo keeper’, een gastvrouw- of heer ter

plekke, maar vooral ook via een app – naar het voorbeeld van Freelodge Village. Van Oosten: ‘We werken intensief samen met een sitebouwer en een softwareleverancier. Het idee: op het moment dat je op je mobiel kijkt of hier iets te doen is in het weekend, of dat er nog een lodge te huur is, maak je deel uit van de community. De app gaat ook dienen als kamersleutel en incheck-tool voor de activiteiten. Zo zullen we je ter plekke en na afloop online suggesties kunnen doen over cursussen, behandelingen, speciale menu’s.’

Behalve particulieren zien de ontwikkelaars ook een zakelijke doelgroep voor zich: bedrijfspresentaties, teamvergaderingen, alles kan op het terrein plaatsvinden. Zelfs kleine festivalletjes – type Rollende Keukens, g..n snerpende beats tot vier uur ’s nachts –  kunnen worden georganiseerd op het terrein een stukje verder op de Tuinen van West, dat gezamenlijk eigendom is van alle exploitanten in het gebied.  Gasten zullen voor een overnachting meer of minder gaan betalen naargelang er ruimte beschikbaar is – dynamic pricing, afgekeken van luchtvaartmaatschappijen en hotels als ‘V’, elders in de hoofdstad. 

Ze krijgen, benadrukt Appelo, van begin tot eind het gevoel dat ze onderdeel zijn van het bijzondere oord aan de rand van de stad: ‘Van beddengoed tot servies: alles wordt door ons ontworpen en zo duurzaam mogelijk speciaal voor The Unbound uitgevoerd.’ Begin 2020 wordt nog volop gebouwd om alles voor de opening van het toeristenseizoen klaar te hebben – het project ligt op schema,

al zorgt de afwatering van het soms overvloedige regenwater voor wat hoofdbrekens – extra drainage moet dat probleem oplossen. De grote houten brug over de speel- en zwemvijver is al af. Over de gehele lengte is aan een van de zijden een bank geplaatst, tientallen gasten kunnen hier straks rustig het leven bespreken en tegelijkertijd zwemmend kroost in de gaten houden, terwijl andere mensen zonder problemen kunnen passeren. 

Alleen al deze constructie ademt rust en ruimte uit, ook wie er hartje winter even gaat zitten – voor het idee, tussen modder en houtstapels, met zicht op de half afgebouwde lodges waaruit hier en daar nog bouwplastic wappert – weet zich buiten en toch thuis. Kun je nagaan hoe dat straks zal voelen. En mocht het succes onverhoopt tegenvallen, dan is The Unbound volgens Van Oosten zo ontworpen dat een andere toepassing voor terrein en gebouwen mogelijk is – als huurhuisjes voor stadsbewoners, bijvoorbeeld. ‘We bouwen future proof, dus duurzaam en flexibel. En gemaakt voor mensen die bewust met de natuur om willen gaan.’ Al voegt hij er meteen aan toe dat hij er alle vertrouwen in heeft dat het concept tot volle wasdom komt.

Team

Steengoed bv
Dorens Architects

Photography

Bibi Veth